Op 18 november 2019 sprak Samira de Martin Luther King jr. Lezing uit aan de Vrije Universiteit. Ze sprak over het goede werk dat activisten doen en hoe dat zich verhoudt tot de politiek. Moeten politici zich open opstellen ten opzichte van activisten of juist in de verdediging schieten? Samira denkt het eerste. Lees haar speech hier:

Geachte Aanwezigen,

Ik moest mijzelf even knijpen toen ik de uitnodiging kreeg, om hier vandaag de Martin Luther King lezing te geven. De afgelopen maanden van mijn leven worden gekenmerkt door hoogtepunten.

Daar ben ik bijzonder dankbaar voor, maar weinig dingen voelen zó eervol als hier voor u staan. Dank aan iedereen die mij deze eer heeft gegund. Ik begin mijn verhaal op het verdrietige moment dat de mens King ophield te bestaan en zijn nalatenschap begon.

Op 4 april 1968 maakte presidentskandidaat Robert Kennedy de dood van Martin Luther King jr. wereldkundig. Dat deed hij met een speech die hij gaf op campagne in Indiana. Er stond veel op het spel. De wijze waarop hij de inktzwarte boodschap naar het grote publiek zou brengen, ging immers mede bepalen hoe het land zou reageren.

Dit was het tijdperk voor social media. Voor twitter. Voor facebook. Slechts één persoon zou het verschrikkelijke nieuws niet alleen brengen, maar meteen ook duiden. Woord van de dood van Martin Luther King jr. zou die avond de Amerikaanse huiskamers nog gewoon binnenkomen via de televisie.

Kennedy en de zijnen zaten urenlang op dit grote nieuws. Dit geheim bijna. Men vreesde niet onterecht voor rellen en bloedvergieten. De presidentskandidaat koos zijn woorden zorgvuldig. Hij riep op tot compassie en liefde. Hij herinnerde zijn toehoorders aan het voorbije rassengeweld, dat zich als een bloedvlek over het land had verspreid. Hij sprak voor het eerst in het openbaar over de dood van zijn broer. Eveneens een slachtoffer van de diepe verdeeldheid in de Amerikaanse samenleving. Amerika bleef kalm. Grote rellen bleven uit. Kennedys optreden wordt meer dan vijftig jaar na dato nog altijd terecht geroemd.

Het is echter belangrijk om daarbij altijd te onthouden dat de ruimte om zo op te treden, voor die politicus, in die tijd, is geschapen door het jarenlange onvermoeibare activisme van de man voor wiens herinnering wij hier bijeen zijn gekomen.

Martin. Luther. King.

Ik heb mijn moeder gevraagd hoe zij de moord op King mee had gekregen. Ze was nog maar 2 jaar oud toen het gebeurde, maar tijdens haar opvoeding bleven King, diens strijd en diens dood onderwerp van een conversatie die zij en haar ouders voerden over het beklemmende spook van racisme in onze tijd.

Kings werk was ten tijde van zijn voortijdige dood en van Kennedys speech dan ook verre van voltooid. Sterker nog, zijn werk is tot op heden nog niet voltooid. Amerika is en was een diep verdeeld land. De moord werd door de toehoorders van Kennedy met afschuw ontvangen, maar er zullen op die vierde april velen zijn geweest die de brute moord verwelkomden.

Mensen hebben gejuicht voor de moord op deze persoon.

Voor de moord op iemand die vandaag de dag op dezelfde voet als Mandela en andere grootheden staat. Iemand met een groot standbeeld op steenworp afstand van het Witte Huis, het Capitool en de monumenten voor de Amerikaanse Founding fathers. Iemand met een eigen dag op de Amerikaanse kalender.

Ik kan mij nog goed herinneren wat het met mij deed toen ik voor zijn monument stond. Roerloos heb ik voor dat indrukwekkende standbeeld gezeten. King, die uit een rots verschijnt en onstuitbaar op je afkomt. De volgende dag ging ik weer terug. Er was iets magisch aan deze fysieke manifestatie van een persoon waar ik zoveel over had gehoord.

Het gezicht van King is een van die gezichten die in ons collectieve geheugen gebeiteld zit. Een icoon. Onderwerp van talloze kunstobjecten. Van straatkunst tot pop-art en dit monument, dat opeens boven mij uittorende. Het greep me aan. Ik had de neiging om met hem te praten, vragen te stellen over de strijd voor rechtvaardigheid ‘back home’, waar ik zelf mee geconfronteerd werd. ‘How would you do it?’

Ja, Dominee King wordt vandaag de dag bewonderd, maar de strijd van King werd jarenlang niet gewaardeerd. Zijn retoriek werd jarenlang verworpen. Hij werd als persoon verguisd. Diezelfde Robert Kennedy had als minister nog de telefoon afgetapt van King. Hij had jarenlang een ronduit gespannen relatie met MLK; de spiritueel leider van miljoenen Amerikanen die enkel voor vol aangezien wilden worden en gelijk behandeld wilden worden.

Vele offers zijn gebracht tussen het begin van Kings activism en het moment dat een lid van de machtige Kennedy-familie diens dood met pijn in het hart verkondigde. Zo gaat het vaker met activisten. Activisten worden bijna per definitie verguisd. Juist door politici, zeg ik hier als politicus.

Er is een spanningsveld tussen politiek en activisme. Mensen die demonstreren, zoeken een andere publieke ruimte dan de politieke arena, om hun wensen of eisen kenbaar te maken. Juist mensen zonder macht gaan de straat op.

Denk aan jongeren zonder stemrecht, die het klimaat naar de knoppen zien gaan. Die hun toekomst onder de zeespiegel zien zakken. Denk aan boeren. Niet de grote agro-giganten, maar de boerenfamilies die jarenlang een onhoudbare toekomst zijn voorgehouden door de machtigste politieke partijen van het land. Denk ook aan die mensen die het symbool van Zwarte Piet aangrijpen om aandacht te vragen voor hun boodschap. Dat er veel Nederlanders zijn die kleine en grote vormen van onrecht in hun leven ervaren.

Gedurende mijn loopbaan bij de Nationale Politie ervoer ik dit spanningsveld van dichtbij. Vorig jaar werd een poging om te demonstreren tegen zwarte piet geblokkeerd. Het was onze taak om alsnog een vreedzame demonstratie te faciliteren. Om mensen alsnog hun grondwettelijke demonstratierecht te laten uitoefenen.

Ik bevond me die dag in niemandsland en ik kan niet ontkennen dat ik me wat verloren voelde. Ik voelde enerzijds de vijandige blikken van aanhangers van Zwarte Piet. Maar ik voelde ook de twijfel bij de mensen die waren afgereisd om tegen zwarte piet te demonstreren.

Bijna telepathisch voelde ik de demonstranten vragen: bij wie hoor je eigenlijk?

Nu, een jaar later kijk ik terug op die dag als één van de leerzaamste dagen uit mijn leven. Ik was een ambtenaar van de staat. Op een plek waar politiek, overheid en activisme langs elkaar schuren. De strijdbaarheid werd acuut voelbaar. En geloof me: deze spanning zoek je niet voor de lol op. Activisme komt neer op de bereidheid om iets op het spel te zetten voor je grotere doel en dat doe je alleen als je geen andere uitweg ziet.

Actievoeren vreet energie en is niet zonder gevaar, zoals onlangs in Den Haag is gebleken. In het gebrek aan leiderschap vanuit de politiek, lazen sommigen een vrijbrief om het recht in eigen hand te nemen. Juist daarom moeten politici verantwoordelijkheid nemen, niet wegkijken.

Maar nogmaals: politiek en activisme gaan niet makkelijk samen. De activist geeft door te bestaan al aan, dat de politiek voor haar of hem faalt. Dat is een moeizame boodschap om te slikken voor met name volksvertegenwoordigers. Zowel het establishment dat zich aangevallen voelt, als de politici die gevoelig zijn voor het lot van de zwakkeren in de samenleving.

Als we ons richten op die welwillende politici, waar ik mijzelf toe reken, dan hebben we het over volksvertegenwoordigers die denken dat de overheid goed kan doen. Over politici die geloven dat we als samenleving het vermogen hebben om te streven naar minder zorgen, minder onrecht en meer vrijheid.

Die slag politici voelt zich soms miskend door demonstranten.

“We strijden toch voor dezelfde zaak?”, hoor ik hen en wellicht in de toekomst mezelf verzuchten.

Niet zelden zijn deze politici bang dat het vuur van het activisme hen politiek kan schaden. Geen onterechte zorg, maar een activist heeft helemaal niet de taak om het een politicus gemakkelijk te maken. Om de macht te behagen. Martin Luther King had nooit de intentie om een gemakkelijke vriend te zijn van de macht. Niet zolang zwarte Amerikanen niet konden wonen, eten of zelfs water drinken als gelijken van hun witte mede-Amerikanen. Niet zolang in segregatie een echo van generaties-lange slavernij klonk.

King heeft met engelengeduld gestreden voor verandering. Met eloquentie, discipline en geduld slaagde hij in het veranderen van vele geesten. Van gewone Amerikanen en uiteindelijk ook van mensen aan de macht. Bijvoorbeeld die van Robert Kennedy. Ik gaf al aan dat ik Robert Kennedy niet uitsluitend door een roze bril zie, maar ik haal hem toch aan. Als voorbeeld van de transformatie die mogelijk is wanneer activisten zich niet uit koers laten brengen door een behoefte om te behagen.

Het is moeilijk om als welwillende politicus te horen dat je het niet helemaal goed doet. Die kritiek is echter geen bedreiging, maar een kans om koers te wijzigen. Ten goede. Ik zeg dit tegen collega-politici, maar ook een beetje tegen mezelf. Durf een beetje activist te zijn vanaf je politieke zetel. Je wordt een betere politicus, wanneer je oog hebt voor diegenen die de politiek aansporen. Zie protest als ster aan de hemel, waarop je je eigen kompas bijstelt. Soms moet je het ongemak met de nietsontziendheid van de activist even opzij zetten en aan het werk gaan met de kern van het ongenoegen dat erachter zit.

Zet die boosheid om in betekenisvolle verandering. Het soort verandering, dat ervoor zorgt dat mensen uiteindelijk niet de straat op gaan. Dat kan alleen met een écht open houding. Door iedereen deelgenoot te maken van de politiek. Kortom; door inclusie. Een open houding en het streven naar inclusie, zie ik als een pijler van het sociaal- liberalisme waar ik toe behoor. Steeds meer mensen laten meedoen. Steeds meer mensen laten meebeslissen. Niet minder.

Ik geloof wel in een overheid die goed kan doen, wanneer de juiste mensen op de juiste plekken doen wat juist is.

Wat just is.

Wat rechtvaardig is.

Dat is het geloof waarin een deel van de politiek en een deel van de activisten elkaar kunnen vinden. De activisten en politici die het geloof delen dat verandering niet alleen mogelijk is, maar ook een betere toekomst gaat brengen.

King sprak over een droom. Niet over een nachtmerrie, maar over een droom van zo’n betere toekomst. Ondanks de strijd die hij met gevaar voor lijf en leden voerde, was zijn boodschap optimistisch. Verandering werd mogelijk geacht. Als je als politicus die open houding hebt waar ik het over had, dan voel je ook dat optimisme. Dan heb je samen een raakvlak waar je op kan bouwen. Dan kan je samen zo veel geesten rijp maken, dat het tegenhouden van verandering onmogelijk wordt gemaakt voor de gevestigde macht.

Ik ben van een nieuwe generatie politici en ik voel een grote erkentelijkheid naar de mensen die voor mij en heel veel anderen de straat zijn opgegaan of op andere manieren doorbraken forceerden. Zonder vakbondslieden had ik mijn werkende leven bij de politie niet kunnen beginnen met een solide CAO. Zonder de vrouwenbeweging had ik niet verkiesbaar kunnen staan en was ik niet handelingsbekwaam geacht. Zonder mensen die op mij leken in politiek en op televisie was ik wellicht nooit ambitieus genoeg geweest om hier voor u te staan. Zonder Obama had ik me misschien helemaal iet verkiesbaar gesteld!

Het zal u niet verrassen dat ik met stomheid geslagen was toen ik hem onlangs in Berlijn mocht ontmoeten. Wat zeg je op zo’n moment? De foto van deze ontmoeting, waarop duidelijk te zien is hoe ik met mijn mond vol tanden sta, is niet mijn beste foto ooit, maar hij staat desalniettemin pontificaal in mijn kantoor en iedereen die mijn kantoor bezoekt mag het weten: ik heb Obama ontmoet!

De invloed van rolmodellen is enorm. De invloed van een gebrek aan rolmodellen echter net zo zeer.

Ik kreeg tranen in mijn ogen in 2008, toen Amerika zijn eerste zwarte president koos. Ja, dat was blijdschap. Alleen wel blijdschap omdat een patroon doorbroken werd dat verdrietig maakte. Omdat een belangrijke stap werd gezet, weg van een situatie die tegen heel veel mensen zei: jij kan het niet. Deze politieke wereld is niet voor jou. Deze macht… is niet van jou. We mogen nooit onderschatten hoe krachtig de negatieve invloed is van gebrek aan diversiteit in de politiek. We zijn het gewend en het moet ontwennen. Het moet ontwennen.

Politici krijgen tijdens verkiezingscampagnes talloze vragen op zich afgevuurd en in wezen komen die neer op “waarom jij”, “waarom nu” en domweg: waarom?

Ik ben nu lid van het Europees Parlement. Een medewetgever in Europa. Te vaak ben ik op een dag aan het “uitleggen” hoe wetgeving anders kan uitvallen dan bedoeld, omdat mijn collega’s gewild en ongewild niet een inclusieve mindset hebben. Ja, soms breek ik door, maar te vaak op een dag ben ik aan het zuchten om mijn irritatie en frustratie, als gevolg van onbegrip en onwetendheid te verwerken. Onze Europese instellingen zijn niet divers genoeg om te kunnen garanderen dat wetgeving inclusief is. Zolang die situatie blijft, kunnen we sociale ongelijkheid niet snel en goed oplossen. Dat is een strijd. Als je mij vraagt, waarom? Dan is het antwoord dat deze strijd mijn strijd is voor een rechtvaardiger Europa. Op al die plaatsen waar ik van invloed kan zijn in mijn nieuwe rol als volksvertegenwoordiger.

Het slechte nieuws is dat er nog veel geesten veranderd moeten worden. Toen ik enkele weken terug begon met het schrijven van deze speech, waren net vreedzame kick out zwarte piet-activisten aangevallen. De maand is nog niet voorbij of we zagen de pijn in de ogen van de voetballer Ahmad Mendes Moreira. Voor iedereen zichtbaar. Voor iedereen begrijpbaar. Geen woorden nodig.

Een gevoel van boosheid en machteloosheid overviel me. Ik zocht een uitweg uit de machteloosheid en nam het initiatief om de UEFA een brief te schrijven. Een verzoek vanuit het Europees Parlement aan de Europese Voetbalbond om diens eigen maatregelen tegen racisme ook daadwerkelijk uit te voeren.

Ik vroeg mijn Europarlementariërs om deze brief te tekenen en kreeg de steun van meer dan 140 collega’s. Collega’s van alle partijen en voor zover ik kan inschatten ook uit alle landen van de EU. Ik was blij met de steun. Niemand kan alleen strijden. Iedereen heeft medestanders nodig.

Die zal ik ook blijven zoeken. Naar voorbeeld van onder andere Martin Luther King, maar ook naar voorbeelden dichter bij huis. Naar voorbeeld van een Afrikaanse man die met niet meer dan een zwarte tas naar Nederland kwam om een droom na te streven. Naar voorbeeld van een vrouw die zichzelf tegen alle vooroordelen in heeft opgewerkt tot IT engineer. Deze voorbeelden zijn mijn ouders en in mij zitten de lessen die zij hebben geleerd in hun levens. Evenals de lessen van mijn grootouders, wier historie gekenmerkt wordt door onrecht tegen zowel Joodse als Afro-Caribische mensen. Ik voel zowel de rijkdom van mijn diverse achtergrond, als het sociale onrecht. Dat laatste maakt strijdbaar. Juist wanneer me wordt gevraagd: joh doe even een tandje minder. Ik ga namelijk niet dimmen.

Niet als ik zie dat discriminatie doorwerkt in de totstandkoming van onze wetten. Ik dim niet zolang zwarte voetballers niet volop kunnen genieten van het spel waar ze goed in zijn. Ik dim niet, zolang activisten geen veilige omgeving hebben om te vergaderen en te demonstreren. Ik dim niet wanneer de loonkloof tussen mannen en vrouwen nog een hele generatie in stand dreigt te blijven. Ik dim zeker niet wanneer ik in mijn eigen Parlement tegenover populisten kom te staan die migranten ontmenselijken en vrouwen als niets meer dan broedmachines zien die moeten luisteren naar de man.

Dat is een hele lijst voor slechts vijf jaar. Ik zal maar niet zo brutaal zijn om uw stem nu al te vragen voor nog eens vijf jaar. Ik moet realistisch zijn en erkennen dat er vijf jaar vol gas gewerkt moet. Vanuit mijn kantoortje, met oog op de foto van mijn ontmoeting met Obama. Naast die foto staan nog twee foto’s van ontmoetingen die ik onlangs had. De eerste is met Jesse Jackson, in september van dit jaar. Hij was kritisch op Obama en ik proefde in zijn kritiek diezelfde spanning tussen wat rechtvaardig is en wat politiek haalbaar is. Desalniettemin kon ook Jackson zijn tranen niet bedwingen toen Obama verkozen werd. Het was onwerkelijk om met hem van gedachten te wisselen. Hij is al heel oud maar wel scherp. Hij heeft zoveel gezien. En dat ik even uit zijn wijsheid heb mogen putten is een enorm privilege. Net zoals ik eigenlijk niet kan geloven dat ik in zijn voetstappen sta vanaf dit spreekgestoelte. Ook Jackson sprak ooit deze lezing uit. Hij is bij uitstek iemand die worstelde met de balans tussen politiek en activisme. Ik heb me voorgenomen om overal waar ik kom zijn woorden te herhalen: “you are trailblazers and not followers. “

Tot slot de laatste foto, ter afronding. De laatste foto is van mij met het Amerikaanse congreslid Ilhan Omar. Zij is een inspiratie voor mij, als jonge progressieve vrouw van kleur die doorbreekt in het mannenbolwerk van de Amerikaanse politiek. Ik zette trots de foto online en werd het mikpunt van trollen. Dat was niet prettig, maar ik kreeg een leerzaam inkijkje in hoe verschillende politieke opvattingen escaleren in haat jegens een ander. Kritiek en discussie zijn niet voldoende om clicks te genereren voor de media die met mijn foto aan de haal gingen. Nee, daarvoor is “ophef” nodig. Een misleidend vriendelijk woord voor gescheld op Twitter en andere sociale media.

Het aanvallen van opvallende nieuwe gezichten in posities van macht is niet willekeurig. Het doel is om rolmodellen weg te nemen of te reduceren en zo het gebrek aan voorbeelden in stand te houden. Dit is een afleiding. Regelmatig wordt het idee van sociale rechtvaardigheid door bepaalde politici en media op de korrel genomen. Woke culture, de stroming van mensen die de ogen open heeft voor geniepige vormen van achterstelling, wordt bestreden en in twijfel getrokken. Het doel is om te ontmoedigen. Sommige groepen mensen moeten het idee hebben dat politiek en overheid niet voor hen toegankelijk zijn. Dat zijn ze wel, maar niet iedereen mag erin geloven.

Net zoals ik eerder sprak over de politicus die open moet blijven staan voor activisme, zo moeten jongeren open blijven staan voor een sprong naar de politiek. Ik snap heel goed dat die sprong ver lijkt, maar jongeren mogen nooit het geloof verliezen dat er voor hen een plaats is in politiek en overheid. Dan wint namelijk de status quo. Laat je niet van de wijs brengen. Laat je niet zomaar meer ‘wegsturen’. Wees assertiever, mondiger en sluwer.

Als ik deze zaal inkijk, dan zie ik die medestanders. Nu is het zaak om overal te zijn, ook buiten deze zaal. Om overal op te staan in Europa! We moeten ons verenigen en luid te horen zijn van Europees Parlement tot gemeenteraad. De Europese Eenwording is een prachtig proces op de momenten dat we samenkomen. Ooit kwamen we samen voor vrede. Later voor industrie en landbouw. Nog weer later voor de markt en economie. Laat de volgende generatie samenkomen voor sociale gelijkheid. Als Europa een blijvend vredesproject is, laten we dan oog hebben voor die belangrijke bouwsteen voor vrede: rechtvaardigheid.

Dankuwel.